Niet kapot te krijgen

Vaak gaat het als je geboren wordt al mis, en zo niet dan vlak daarna. Geen warm dekentje, geen kalmerende hartslag, geen koesterende armen, geen tepel, niet de geur van je moeder, maar schel licht, ontsmettingsmiddelen, geroutineerde verpleegsters, koud water en harde stemmen. En als je pech hebt breng je de eerste 24 uur van je leven alleen door, in een wieg op een zaal vol andere wiegjes, terwijl het paniekgehuil van de andere babies je door merg en been gaat.

Maar het geeft niet. Al dacht je dat je doodging, zo gauw iemand je oppakt en je gevoed wordt is het weer goed, ben je alle voorgaande ellende vergeten en ben je weer blij. Je raakt er binnen de kortste keren aan gewend dat geborgenheid en aandacht komt en gaat, want zo blijft het, nu en voor de rest van je leven. Je leert dat geluk voorwaardelijk is, maar ook dat lijden tijdelijk is. En daar troost je je mee. ‘Dit gaat ook voorbij’. Als baby word je al snel heel Zen.

Je doorstaat de eenzame uren en leeft op als je er weer bij mag zijn, schatert van de pret als er met je gespeeld wordt, straalt als je mee op pad mag, lacht tegen iedereen. Je doorstaat de vaccinaties, de weerzin tegen wat ze je te eten geven, de angst als je alleen bent, de onrust in je lichaam omdat je niet bewogen wordt, de stress omdat je niet aangeraakt wordt. Je bent de kroon op de evolutie, je veerkracht is ongekend. Je groeit als kool, je leert lopen, praten, lief doen en je aanpassen aan de omstandigheden. Je bent gelukkig.

Tijdens je opvoeding leer je dat je liefde en respect moet verdienen en dat alles een prijs heeft. Langzaam maar zeker verlies je je aangeboren zelfvertrouwen en ga je eraan twijfelen of je wel goed genoeg bent. Was je eerst nog blij voor de wereld dat jij er bent, nu ben je daar niet meer zo zeker van. Je doet je uiterste best om te doen wat er van je verwacht wordt, om stil te zitten, om je in te houden en om het goede antwoord te geven, en je bent met recht trots op jezelf, want hoe moeilijk het ook is, het lukt je. ‘Je kunt het’, hou je jezelf voor, en legt daarmee de kiem voor de latere leiderschapstrainingen die je gaat geven. 

De vanzelfsprekendheid waarmee van je lichaam houdt maakt langzaam plaats voor irritatie en vervolgens voor afkeuring, want ieder signaal van je lichaam dat onvrede met de situatie aangeeft maakt het moeilijker voor je om je aan te passen. Je gaat je lichaam steeds meer als last ervaren en vraagt je soms af waar het eigenlijk goed voor is, zeker op momenten dat het onbehagen het grootst is.

Maar het geeft niet. Je voelt je doorgaans fantastisch en de momenten van eenzaamheid, spanning, onzekerheid en pijn verdwijnen in de intensiteit en avontuur van het leven. Er is zoveel te beleven en je wilt het allemaal meemaken! De sleur, de kritiek en de beperkingen neem je op de koop toe. Het constante gevoel van onrust, dat vage gevoel dat er iets niet klopt, die donkere dreiging die je voelt opkomen zo gauw je even ontspant, leer je steeds effectiever negeren. Je zorgt gewoon dat je lekker bezig blijft en dat komt goed uit, want dat is ook wat er van je verwacht wordt. Je bent een goed mens, een goede burger, en daar ben je trots op, want je hebt al vroeg geleerd dat alleen de zon voor niets op gaat.

De voortdurende spanning tussen wat je eigenlijk wilt en wat je moet ervaar je als volkomen normaal. Je bent immers vanaf je geboorte niks anders gewend. Dat die spanning soms je lichaam teveel wordt maakt niet uit, want er zijn allerlei manieren om de pijn, de moeheid, de stress en de koorts te onderdrukken, en overal krijg je professionele hulp om dat te doen. Zolang je de symptomen effectief onderdrukt heb je nergens last van, dus wat maakt het uit? Zolang je maar gelukkig bent en je lichaam min of meer blijft doen wat je ervan verwacht.

En dat doet je lichaam. Het is niet kapot te krijgen. Je kunt het volstoppen met drank, vet en suiker, het gooit het er even makkelijk weer uit, zodat je verder kunt leven. Je kunt het maanden, jarenlang opjagen, als je vervolgens even rustig aan doet kun je er zo weer tegenaan. Je kunt het eindeloos beroven van alles wat het nodig heeft, van slaap, mineralen, vitaminen, aanraking, beweging, frisse lucht, water en liefde, en alles blijft het gewoon doen. Je kunt het jaar in jaar uit dwingen om 20 uur per etmaal stil te zitten, en dan word je inderdaad dik en stijf, maar als je vervolgens twee maanden gaat sporten herstelt het in no time, zie je er weer goed uit en voel je je heerlijk.

Je kunt het verwaarlozen, onder druk zetten, van binnenuit helemaal kapotmaken, het alles weigeren, maar het herstelt zich zo gauw het de kans krijgt. Je kunt het uitdrogen en uithongeren of overladen met excessen, het keert altijd weer terug naar het midden. Je kunt erin snijden, er gaten in branden, er stukken af halen en het vergiftigen, het repareert alles vanzelf. Je kunt het opsluiten, isoleren, vastbinden en negeren, zo gauw de beproeving afgelopen is keert het onmiddelijk terug naar zijn natuurlijke staat van gezond, tevreden en gelukkig zijn.

Een hond zou vals worden van zo’n behandeling, maar het lichaam niet. Het lichaam blijft altijd trouw, optimistisch, veerkrachtig en flexibel. Het gaat misschien alleen ietsje eerder dood. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s