Geld maakt goedkoop

kite2Jaren geleden verhuisde ik naar een klein stadje in Noorwegen. Een collega nam me mee naar de kroeg en stelde me voor aan zijn vrienden. Een van hen zei aan het eind van de avond dat hij verliefd op me was en nodigde me uit om de week daarop bij hem te komen eten. Enigszins terughoudend nam ik de uitnodiging aan, van het een kwam het ander en na een paar weken zaten we als stel weer in dezelfde kroeg.

Het viel me op dat mensen ons aan zaten te staren. Een paar vrouwen wierpen me ronduit valse blikken toe. Ik voelde me uiterst ongemakkelijk en vroeg:
‘Wat is er aan de hand?’
‘O, niets’, zei mijn nieuwe vriend, ‘trek je er maar niets van aan.’
De collega en zijn vrouw, een joviaal mens, kwamen bij ons zitten en bestelden nieuwe drankjes. De nieuwe vriend ging naar het toilet, het joviale mens hief haar glas, boog zich voorover en zei op samenzweerderige toon:
‘Goede vangst!’
‘Wat?’, vroeg ik.
‘Je hebt de enige miljonair van de stad aan de haak geslagen’, zei ze. ‘Waarom denk je dat al die vrouwen je zo vals zitten aan te staren?’
De miljonair bleek een verwende, vervelende man te zijn die er niet tegen kon als hij zijn zin niet kreeg, die het leuk vond om zich te misdragen tegenover de serveerster als we uit eten waren, die dure cadeaus gaf maar weigerde om naar de supermarkt te gaan, die zeurde en dreinde als een kind en die bij de minste tegenslag opgaf. Toen ik na een paar maanden mijn twijfel uitte over onze relatie zei hij:
‘Weet je wel hoeveel je me tot nog toe gekost hebt?’
Dat hielp om de knoop door te hakken. Ik maakte het uit. Nog geen jaar later baarde een ander meisje zijn erfgenaam. Ik was de dans ontsprongen.

Geld geeft een valse autoriteit aan mensen die het niet verdienen om macht te hebben over anderen. De enige reden van hun macht is hun geld en niet hun wijsheid, hun karakter, hun nobelheid, hun medemenselijkheid of hun verantwoordelijkheidsgevoel. Geld in de handen van zulke mensen is gevaarlijk.

Ik heb een stinkend rijke oom. Het is een aardige man, maar zijn rijkdom heeft hem niet alleen maar geluk gegeven. Zijn ex-vrouw ging er vandoor met iemand die nog rijker was en hij betaalt voor de rest van zijn leven een exorbitante alimentatie aan haar. Dat heeft hem cynisch en wantrouwig gemaakt. Hij denkt dat iedereen die aardig is tegen hem op zijn geld uit is. Ik kom hem een paar keer per jaar tegen op familiefeestjes en heb altijd met hem te doen. Hij kijkt om zich heen alsof hij omringd is door gieren. En dat is ook zo. Op het laatste feestje zei een nicht tegen me:
‘Joh, je moet naar Oom Bram toegaan.’
Ze had precies zo’n samenzweerderige toon als de vrouw van mijn collega. Alsof we een leuk geheimpje hadden samen. Ik werd er onpasselijk van.
‘Nee’, zei ik geïrriteerd, ‘Oom Bram houdt niet van mensen. Laat hem met rust.’
‘Nou en?’, zei ze. ‘Doe maar extra lief tegen hem, je weet nooit of het helpt.’
‘Wat bedoel je?’, zei ik.
‘Nou, misschien noemt hij je wel in zijn erfenis’, zei ze. ‘Weet je wat, ik ga toch maar even bij hem zitten. Lieve Oom Bram.’
Ik keek haar na terwijl ze op hoge hakken op hem af stierde. Een gier in een pin up pakje. Daar zou Oom Bram nooit in trappen.

‘Wie het kleine niet eerst, is het grote niet weerd’, zei mijn moeder altijd. Maar ik eer geld niet. Geld maakt mensen stiekem, hypocriet en oneerlijk.

In de plaatselijke supermarkt krijg je bij sommige artikelen kortingscoupons. Ik heb een hekel aan die dingen. Ze geven je korting bij de volgende keer dat je daar boodschappen doet. Die korting slaat nergens op. De kassajuffrouw moet zo’n coupon uitdraaien, van de kassabon afscheuren, aan mij geven, ik moet dat in mijn tas of in mijn portemonnee bewaren tot de volgende keer, het dan opdiepen, teruggeven aan de kassajuffrouw, zij moet dat invoeren, en dan betaal ik 16 cent minder. Wat een onzin! Waarom zoveel tijd besteden aan een korting die nergens op slaat? Wat maakt mij die 16 cent uit? De kassajuffrouw vraagt niet of ik een coupon wil hebben. Ze dringt het op door het samen met het wisselgeld in mijn hand te duwen. Meestal stop ik ze zuchtend in mijn tas en gooi ik ze thuis in de kachel als ik weer eens mijn tas uitmest. Als ik een recalcitrante bui heb echter geef ik ze omstandig terug en zeg ik: ‘Dank U vriendelijk, maar deze hoef ik niet.’ Steevast kijkt de kassière me dan stomverbaasd aan.
‘Maar het is gratis!’
Als ik dan zeg: ‘Ik hoef geen 16 cent gratis’ schudt ze of meewarig het hoofd of kijkt ze me woedend aan, alsof ik het een of andere pact heb geschonden. Ja: Het pact van domheid.

Mijn grootouders zijn rijk en van de oude stempel, dat wil zeggen: ze zijn gierig uit principe. Iedereen moet werken voor de kost, dus als je geld nodig hebt hoef je niet bij hun aan te kloppen. Onverbiddelijk en keihard zijn ze wat dat betreft. In onze familie hebben meerdere vetes gewoed om die reden, maar ze geven geen millimeter toe. Als ik bij ze op bezoek bent herhaalt zich steevast het volgende: We drinken een kopje thee, eten een stukje taart, maken een praatje en een wandelingetje. Als het dan tijd wordt om te gaan roept eerst mijn oma me bij zich in de keuken, drukt een tot een klein pakketje samengevouwen briefje van twintig in mijn hand en zegt, wederom op die samenzweerderige toon: ‘Alsjeblieft kind. Voor de reis. Zeg het niet tegen je grootvader.’ Vervolgens roept mijn opa me bij zich in de garage, waar hij zogenaamd aan het klussen is, drukt een briefje van twintig in mijn hand en zegt: ‘Voor de reis. Zeg het niet tegen je grootmoeder.’ Nu heb ik die 40 euro absoluut niet nodig. Sterker nog, ik vind het gênant. Ik heb meermalen geprobeerd het te weigeren, maar daarop reageerden ze zo ontzet dat ik dat heb opgegeven. Dus neem ik het aan, uit beleefdheid, of omdat ik ze niet wil teleurstellen, maar eigenlijk wil ik het niet. Ik heb het gevoel dat ze hun eigen schuldgevoel afkopen door 20 euro te geven terwijl ze 2 miljoen hebben. Ik veins verrassing en zeg wat ze willen horen: ‘Dat had niet gehoeven hoor’, terwijl ik mijn ergernis verbijt over het feit dat iets me hier de kans ontneemt om eerlijk te zijn, zonder dat ik precies weet wat het is.

Maar ik weet wel wat het is. Geld maakt goedkoop. Iedereen weet het, maar de onuitgesproken afspraak is dat we allemaal doen alsof het niet zo is. We zouden ons allemaal moeten schamen voor de concessies die we doen uit naam van geld, voor de leugens die we accepteren, voor de compromissen die we sluiten om ons te verzekeren van financiële zekerheid. We zijn allemaal verantwoordelijk voor de wereldwijde armoede die er heerst. We zijn allemaal medeplichtig aan oorlog en hongersnood, we betalen eraan mee middels het belastinggeld dat we braaf betalen, de rente die we opstrijken dankzij onze spaarcentjes en de benzine waarmee we onze auto volgooien. Zolang we zelf nog genoeg geld hebben pretenderen we dat we onze rijkdom met eerlijk, nobel werk verdiend hebben, zonder anderen tekort te doen, en wenden we ons af bij het zien van de armoede van anderen. We dragen bij aan de leugen dat armoede en schuld iets is om je voor te schamen, louter uit angst dat we zelf ooit arm zullen worden. We ontkennen de macht die geld over ons heeft en de corruptie die het veroorzaakt, zowel in ons eigen leven als in de rest van de wereld, en doen net alsof we niet verantwoordelijk zijn voor de armoede van anderen.

De enige juiste manier om met geld om te gaan is om het te delen. Wie rijk is deelt het met de armen, net zoals Robin Hood. Rijkdom, sparen en beleggen is een misdaad. Wanneer je weigert om je rijkdom te delen met hen die het nodig hebben is het het recht en de plicht van je medeburgers om je daartoe te dwingen. Wanneer iemand je dwingt om uit naam van je salaris, je erfenis of je uitkering je ziel te verkopen, je integriteit te schenden, je zelfrespect op te offeren of iets te doen dat op welke manier dan ook niet klopt, is het je volste recht om te weigeren en het salaris van deze persoon op te eisen.

Onze samenleving is goedkoop geworden, en we weten het. We klagen steen en been over de economische crisis, de olieprijzen, de bonussen en de banken, alsof we er niets aan kunnen doen. Alsof het niet onze schuld is. Maar is dat zo? Kun je echt met je hand op het hart zeggen dat jij geen compromissen sluit voor geld? Zou je je rijkdom delen met iemand die het nodig heeft wanneer het er werkelijk op aan zou komen? Ben je te vertrouwen?

Wat zou je doen voor een miljoen?

Wat doe je voor duizend euro?

Een gedachte over “Geld maakt goedkoop

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s