De bescheiden verslaafde

smoking add 3 Artikel voor de Koorddanser, juli 2013 – ‘Je moet in je leven één zonde koesteren’, zeggen de Tibetaanse boeddhisten, ‘om ervoor te zorgen dat je op het pad naar verlichting je bescheidenheid niet verliest en altijd blijft beseffen dat je feilbaar bent.’ Hier denk ik iedere ochtend aan als ik koffie zet, anders voel ik me bezwaard. ‘Doe maar’, zeg ik tegen mezelf, ‘anders word je te perfect.’

Ooit deed ik een interne meditatietraining in een klooster waar we een week lang uiterst sober en veganistisch te eten kregen. Brandnetelsoep, paardenbloemsla, boekweitpap en kamillethee. Op een ochtend hield ik het niet meer en haalde een medecursist over om te spijbelen tijdens de ochtendsessie en naar het dichtstbijzijnde dorp te rijden voor een Grote Koffie. Twee Grote Koffie, en een kruidenthee voor mijn onwillige ‘partner in crime’. ‘Ik weet dat het niet goed voor me is’, zei ik schijnheilig, terwijl ik zuchtend van tevredenheid aan mijn tweede kop koffie begon, ‘maar ik ben gewoon verslaafd aan koffie.’ Mijn compagnon keek me peinzend aan en zei: ‘Ik benijd je. Ik wou dat ik even intens van iets kon genieten als jij van koffie.’

Ik koester mijn koffieverslaving, niet omdat het mijn laatste zonde is (was het maar waar), maar omdat het van alle gangbare verslavingen een vrij onschuldige is. En je wordt er niet dik van. Dit is een irrationele overweging die voor veel vrouwen doorslaggevend is wat betreft het al dan niet handhaven van een verslaving. Ik ken veel vrouwen die roken omdat het ze slank houdt. De angst om dik te worden is groter dan de angst voor rimpels, een slechte adem of ziekte. Toen ik begin 20 was worstelde ik met een eetverslaving die veel ernstiger was dan mijn koffieverslaving nu. Het had een enorme impact op mijn gezondheid, ik voelde me vreselijk en ik kon het niet verbergen. Door de onbedwingbare vreetbuien kwam ik in een jaar 20 kilo aan. Dat was te zien. In die desolate tijd kocht ik op een perron een kaart met daarop een exorbitant dikke negerin met knalrode lippen en valse wimpers, in een piepkleine glitterbikini met Amerikaanse vlag motief, haar linkerknie opgetrokken in een onhandige cheerleaderpositie, zwaaiend met een stokje. Ze keek in de camera met een verwilderde blik. Boven de foto stond in glamourletters: ‘Where can I get anorexia?’ Schokkend natuurlijk, typisch een geval van smakeloze humor, maar ik schoot ondanks mezelf in de lach. Ik heb die kaart nu nog.

Toen ik nog rookte deed ik een Qigong opleiding. Dat kon natuurlijk helemaal niet, maar op de een of andere manier sprak die tegenstrijdigheid me aan. De herhaaldelijke uithaal: ‘Róók jij?’ deed me op de een of andere manier goed. Tot op een dag mijn leraar, een hele formele Chinees, me betrapte terwijl ik in een hoekje buiten stond te roken. Hij keek me aan met zijn Chinese pokerface en zei niets, terwijl ik door de grond ging van schaamte. ‘Het is niet wat U denkt’, wilde ik zeggen, maar het was wel wat hij dacht. Ik rookte. ‘Roken is beter dan drinken’, zei hij na een lange stilte. ‘Roken maakt alleen gaten in je longen, drinken maakt gaten in je aura.’ Toen liep hij door. Ik wist niet of ik me getroost mocht voelen of me nog meer moest schamen. Ik dronk namelijk ook. Niet vaak, maar toch. Ik wist zeker dat hij alle gaten in zowel mijn longen als mijn aura allang had gezien. Vanaf dat moment heb ik nooit meer gerookt. Nou ja… bijna niet meer.

Ik heb die verslavingsgevoeligheid van het lichaam nooit begrepen. Waarom hebben we het in ons om afhankelijk te raken van substanties die ons beschadigen? Biologisch gezien lijkt het geen enkel nut te hebben, maar dieren zijn er onder lab-omstandigheden ook gevoelig voor en kunnen net als wij het punt bereiken dat ze hun gezondheid, hun sociale gedrag en zelfs hun leven opgeven om aan hun verslavingsbehoeftes te voldoen. Is verslaving een vrije keus, of iets wat je overkomt en waar je dus niets aan kunt doen? Een dier overkomt het, maar volgens mij ligt het bij mensen toch anders. Hebben we nou vrije wil of niet?

‘Pas op, je raakt eraan verslaafd!’ is tegenwoordig een openlijke reclameslogan. Het wordt gebruikt bij Facebook, Pringles, games, TV series, snoep en chocola. Verslaafd zijn is op een bepaalde manier hip geworden. ‘Once you pop you can’t stop.’ Het maakt deel uit van een levensstijl die gebaseerd is op een houding van: ‘Leef nu, zo intens mogelijk, en maak je niet druk over de toekomst.’ Heel Zen eigenlijk, heel mindful, heel erg Tolle. Je kunt geen spirituele cursus doen of iets van deze strekking staat in de folder: ‘Er is alleen maar het nu, verleden en toekomst bestaan niet. Ervaar de vrijheid en de bliss van in het hier en nu zijn.’

Misschien is dat wel de essentie van verslaving: de behoefte aan vrijheid. Wellicht verschillen wij die mediteren, vasten, steeds weer nieuwe cursussen bedenken en steeds weer andere meesters volgen, niet eens zoveel van de junkies, vreetzakken en alcoholisten waar we ons zo ver boven verheven voelen. Osho had een passende term voor dit soort mensen: ‘Groei-junkies’. De ironie van dit alles is dat verslaving precies het tegenovergestelde is van vrijheid: je bent slaaf geworden van je behoefte.

Nog even terug naar die Qigong opleiding. Wij, de leerlingen, verbaasden ons er telkens weer over hoeveel scheppen suiker onze doorgaans zo gedisciplineerde en perfectionistische leraar in zijn thee deed. We telden van een afstandje hoeveel scheppen hij er dit keer in deed. Meestal waren het er vijf, soms zes. Ik wilde vragen of hij daar geen gaten van in zijn darmen kreeg, maar dat durfde ik niet. In plaats daarvan vroeg ik een keer langs mijn neus weg: ‘Goh, meester, waarom eet U zoveel suiker?’ Ik hoopte toch tenminste op een ongemakkelijke blik, maar nee. Hij keek me onbewogen aan en antwoordde: ‘Ik zegen alles voordat ik het opeet. Dan maakt het niet uit wat ik eet. Dat moet jij nog leren.’ ‘Ja, zo ken ik er nog een paar’, wilde ik zeggen. In plaats daarvan zei ik zo onschuldig mogelijk: ‘Geldt dat ook voor roken?’ Toen had ik hem. Een milliseconde flitste de woede in zijn ogen, toen zei hij bars: ‘Nee’ en keerde zich demonstratief van me af. Ik liep met verende tred weg. Ik wist zeker dat ik hem op dat moment, hoe kort ook, had herinnerd aan zijn feilbaarheid. En daar gaat het om.

Nog eentje dan…

Omdat het zo lekker is.
Omdat ik er zin in heb.
Omdat het weekend is.
Omdat het weekend voorbij is.
Omdat het bijna weekend is.
Omdat het nog lang geen weekend is.
Om het te vieren.
Om het verlies draaglijk te maken.
Omdat er verder niks te doen is.
Om me een houding te geven.
Omdat ik niet ongezellig wil doen.
Omdat het erbij hoort.
Omdat iedereen het doet.
Omdat ik zelf wel uitmaak wat ik doe.
Omdat het kan.
Omdat het mag.
Omdat het niet mag.
Omdat ik het zo druk heb.
Omdat ik een vrije dag heb.
Omdat ik het verdiend heb.
Omdat we uit eten zijn.
Omdat we op vakantie zijn.
Omdat het in de aanbieding was.
Omdat het een feestdag is.
Om me moed in te drinken.
Omdat het al zo laat is.
Omdat het nog zo vroeg is.
Omdat het de eerste keer is.
Omdat het de laatste keer is.

2 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s